m
1 (wan)gedrócht het (iem. met uiterlijke
2
foeileh'ik iem., leliik mórmel/mirákel, spook het , lélijkerd (mn./ vr. )
индустриа́льный́ уро́д — industriéel wanproduct
●
3 Spreek. ( v. Iem. m.b.t. z'n karakter, schimp.) mónster het , wangedrocht het , misbaksel het , draak
в семье́ не без уро́да — elk huis(je) heeft zijn kruis(je), geen kúdde zónder schurffa'g schaap;
нра́вственный уро́д — mónster het